Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 22 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465.
Op vrijdag 25 juni 2010 ben ik om 22:00 uur van huis weggegaan met mijn eigen auto. Ik was om 22:30 uur op het werk. Op dat moment waren [betrokkene 3] , zijn vriendin [betrokkene 4] , [verdachte] en [betrokkene 2] in het café aanwezig. We hadden een rustige avond, en de verwachting was ook dat het heel rustig zou blijven, omdat daarvoor het WK was geweest en dat iedereen klaar was met feesten. Omdat het rustig was stuurde [verdachte] [betrokkene 3] naar huis. [betrokkene 4] is toen met hem meegegaan. Daarna bleven [verdachte] en ik achter de bar aan het werk. [betrokkene 5] bleef ook. [betrokkene 6] en [betrokkene 2] waren er wel, die waren er voor de gezelligheid in plaats van om te werken. Er waren verder nog enkele klanten in het café. Op een gegeven moment werd het toch druk aan de bar. Dus we moesten opeens nog hard gaan werken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4, en de alinea staat in dat document op bytes 18967 tot 19828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4 | shasum -a 256