Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 22 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465.
Ik hoorde dat [betrokkene 9] tegen [verdachte] zei dat zij mij wel naar huis wilde brengen omdat zij bij mij om de hoek wonen. Maar [verdachte] zei dat hij mij zelf naar huis ging brengen. Ik weet nog dat ze mij op een gegeven moment van het toilet af wilden hebben omdat iedereen naar huis wilde. Ik weet niet meer hoe ik van het toilet af ben gekomen. Ik kreeg van […] , de portier, een flesje water. Ik voelde me nog steeds heel erg beroerd en ziek. Toen zijn we naar buiten gegaan. Ik bedoel daarmee iedereen omdat we gingen sluiten. Ik weet niet hoe ik buiten ben gekomen. Ik kon niet lopen. Ik weet nog dat ik tegen [betrokkene 9] zei dat ik bang was. Dit omdat ik me niet goed voelde. [betrokkene 9] had mij vast en zei dat het wel goed zou komen. [betrokkene 8] had mij ook vast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4, en de alinea staat in dat document op bytes 22200 tot 23002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4 | shasum -a 256