Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465.

Daarna ben ik naar mijn kamer gegaan. Ik ben op bed gaan liggen. Ik weet dat ik omstreeks 10:00 uur op de klok keek en dat ik een pyjamabroek aanhad. Ik weet niet hoe ik die aan heb gekregen. Ik weet niet wat voor shirtje ik op dat moment droeg. Ik voelde me heel erg raar. Ik was nog steeds heel erg misselijk en ook heel erg moe. Ik ben op bed blijven liggen. Ik dacht aan wat er gebeurd was die avond. Ik ben gaan nadenken over wat er allemaal gebeurd was. Ik ben tot 14:00 uur op bed blijven liggen. Toen ik na zat te denken, bedacht ik me dat hij mijn string had aangetrokken. Ik keek daarop naar mijn string en zag dat ik mijn string binnenstebuiten aan had. Ik weet zeker dat ik mijn broekje in de avond wel goed aan had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4, en de alinea staat in dat document op bytes 26751 tot 27492.