Citaat | Hoge Raad 22 maart 2016

Onder 3.3. Hoge Raad 22 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:465.

Het oordeel van het Hof dat uit de uit de bewijsvoering blijkende feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat het slachtoffer heeft verkeerd in een toestand van verminderd bewustzijn en dat de verdachte van die toestand weet had, een en ander als bedoeld in art. 243 Sr, geeft mede gelet op de wetsgeschiedenis zoals die door het Hof in zijn bewijsvoering en door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie onder 3.6 is weergegeven, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat, met de aan het Hof voorbehouden feitelijke waardering van het voorhanden bewijsmateriaal verweven, oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Anders dan in de toelichting op het middel nog wordt gesteld, heeft het Hof ook kunnen oordelen dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer in een toestand van verminderd bewustzijn verkeerde, waarbij het Hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat van de in art. 243 Sr bedoelde wetenschap van de dader ook dan sprake is indien komt vast te staan dat deze bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer in enige in die bepaling bedoelde toestand verkeerde (vgl. HR 3 december 2002, ECLI: NL:HR:2002, AE8908, NJ 2004/353).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb23d1239d47e8c5b99b169a6328d5f55df1f0a8bb33aa08cc4c187cb0689d4, en de alinea staat in dat document op bytes 38969 tot 40208.