Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.1. Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:480.
Het Hof heeft geoordeeld dat het geschil zich toespitst op de vraag of belanghebbende aannemelijk kan maken dat het niet aan hem is te wijten dat de besloten vennootschap waarvan hij bestuurder was (hierna: de BV) de betalingsonmacht niet rechtsgeldig kon melden doordat de BV opzettelijk of grofschuldig geen aangifte of een te lage aangifte heeft gedaan. Indien belanghebbende in dat bewijs slaagt, is vervolgens de vraag aan de orde of belanghebbende het wettelijke vermoeden dat de niet-betaling van belasting aan hem is te wijten, kan weerleggen, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042, en de alinea staat in dat document op bytes 6665 tot 7244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042 | shasum -a 256