Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 3.1. Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:480.

Voor zover het middel erover klaagt dat het Hof met deze geschilomschrijving de door de Hoge Raad gegeven verwijzingsopdracht te ruim heeft uitgelegd en buiten de grenzen van het geschil is getreden, faalt het, aangezien het middel in zoverre berust op een onjuiste lezing van het hiervoor in onderdeel 1 genoemde arrest van 8 augustus 2014, nr. 12/05618, ECLI:NL:HR:2014:2149, BNB 2014/215 (hierna: het arrest BNB 2014/215). Met de overweging in onderdeel 3.5 van dat arrest, inhoudende dat voor de toepassing van artikel 36, lid 4, laatste volzin, van de Invorderingswet 1990 (hierna: de Wet) geen ruimte is voor toerekening aan belanghebbende van opzet of grove schuld van het door de BV ingeschakelde accountantskantoor, is niet tot uitdrukking gebracht dat belanghebbende niet (langer) was gehouden tot het leveren van het in die volzin bedoelde bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042, en de alinea staat in dat document op bytes 7254 tot 8126.