Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.2.1. Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:480.
Het middel richt zich voor het overige tegen ’s Hofs oordeel dat belanghebbende dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat hem enig verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot het grofschuldig geen of te lage aangiften doen van omzetbelasting door de BV, en belanghebbende derhalve niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast in de zin van artikel 36, lid 4, laatste volzin, van de Wet. Het Hof heeft hieraan ten grondslag gelegd (i) dat belanghebbende heeft nagelaten de juistheid van de van de notaris ontvangen en aan het accountantskantoor verstrekte nota’s van afrekening (hierna: de nota's) te controleren, (ii) dat belanghebbende heeft verklaard dat zo hij dit wel zou hebben gedaan, hij de onjuistheid van de nota's zou hebben opgemerkt, en (iii) dat belanghebbende alle werkzaamheden voor het indienen van de aangiften omzetbelasting welbewust heeft overgelaten aan het accountantskantoor zonder enigerlei toezicht daarop uit te oefenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042, en de alinea staat in dat document op bytes 8200 tot 9172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042 | shasum -a 256