Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.2.2. Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:480.
Voor zover het middel betoogt dat het Hof bij dit oordeel ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen het moment waarop de nageheven belasting had moeten worden aangegeven en voldaan en het moment waarop de betalingsonmacht is ontstaan, faalt het. Uit de onderdelen 3.3.2 en 3.5 van het arrest BNB 2014/215 volgt dat na verwijzing vaststaat dat ter zake van de nageheven omzetbelasting de betalingsonmacht niet meer rechtsgeldig kon worden gemeld als gevolg van het feit dat die belasting opzettelijk dan wel grofschuldig niet was vermeld in de aangiften voor de omzetbelasting. In zo'n geval komt het voor de toepassing van artikel 36, lid 4, laatste volzin, van de Wet nog slechts aan op de vraag of de aansprakelijkgestelde ter zake van dat feit een verwijt kan worden gemaakt. Het Hof heeft zijn oordeel terecht tot deze vraag beperkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042, en de alinea staat in dat document op bytes 9246 tot 10106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51585dbd5fa1c09c3fd34d6fa12942f307fa4f3f1917748e3fca501204ca8042 | shasum -a 256