Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:485.

Voor het Hof was in geschil of de termijn voor het doen van uitspraak op de door belanghebbende gemaakte bezwaren is verstreken. Het Hof heeft die vraag, anders dan de Rechtbank, bevestigend beantwoord. Daarbij heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbendes weigering te voldoen aan de als voorlopige voorziening uitgesproken veroordeling en het daarop volgende (hiervoor in onderdeel 2.1.6 genoemde) verzoek van de Inspecteur niet meebrengen dat de Inspecteur beroep kan doen op het bepaalde in artikel 4:15, lid 2, letter b dan wel letter c, Awb (in samenhang met artikel 7:14 Awb). Het Hof heeft de dwangsom bepaald die de Inspecteur door het niet tijdig doen van de uitspraken op de bezwaren heeft verbeurd, hem een termijn gesteld voor het alsnog doen van die uitspraken, en bepaald welke dwangsom de Inspecteur zal verbeuren, en tot welk maximum, ingeval hij niet binnen de door het Hof gestelde termijn uitspraken op de bezwaren doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb6654b57f09770be281630b992b59cbe1012e1b7728916489ce0e01a060a837. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb6654b57f09770be281630b992b59cbe1012e1b7728916489ce0e01a060a837, en de alinea staat in dat document op bytes 13745 tot 14698.