Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016
Onder 3.2.3 Hoge Raad 15 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:49.
Het hof heeft voorts geoordeeld dat [eiser] het vereiste nadere (aanvullende) bewijs niet heeft geleverd door een brief van 19 oktober 2001 van [eiser] aan [betrokkene 1] (rov. 2.6), noch door een brief van 27 november 2000 van [betrokkene 4] namens de notaris die de akte van 10 november 2000 heeft verleden (rov. 2.7). [eiser] heeft niet aangeduid wat het doen horen van [betrokkene 4] als getuige aan de bewijslevering kan bijdragen, anders dan met de algemene opmerking dat de door hem genoemde getuigen kunnen verklaren over de plaats van de schutting tegen de coniferenrij. Dat is, gelet op het in rov. 2.5 overwogene, te weinig specifiek. Hetzelfde geldt voor de andere nieuwe getuige die [eiser] noemt, [betrokkene 5] , die aanwezig zou zijn geweest bij het doortrekken van de schutting richting loods in 2000/2001. (rov. 2.8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed18914640df1258b93889c3a05d3637195abba5447efd93c8c173f6ddfa3510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed18914640df1258b93889c3a05d3637195abba5447efd93c8c173f6ddfa3510, en de alinea staat in dat document op bytes 13154 tot 14001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed18914640df1258b93889c3a05d3637195abba5447efd93c8c173f6ddfa3510 | shasum -a 256