Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:49.

Onderdeel 1.1 keert zich tegen de slotzin van de hiervoor in 3.2.3 geciteerde rov. 2.5 van het eindarrest, waar het hof de eis stelt dat [eiser] zeer concreet en nauwkeurig toelicht wat eventuele nog niet eerder gehoorde getuigen over de te bewijzen feiten zouden verklaren en/of wat de reeds eerder gehoorde getuigen ten behoeve van die te bewijzen feiten meer of anders zouden kunnen verklaren dan zij in contra-enquête al hebben gedaan. Onder verwijzing naar HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7817, NJ 2005/270, klaagt het onderdeel dat in het algemeen niet verlangd mag worden dat in een bewijsaanbod in hoger beroep ook te kennen wordt gegeven wat door getuigen zal kunnen worden verklaard over de stellingen waarop het bewijsaanbod betrekking heeft, laat staan dat kan worden verlangd dat dit zeer concreet en nauwkeurig wordt toegelicht. Dit geldt in het bijzonder voor hetgeen nog niet eerder in het geding gehoorde getuigen over de te bewijzen feiten zouden kunnen verklaren, aldus de klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed18914640df1258b93889c3a05d3637195abba5447efd93c8c173f6ddfa3510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed18914640df1258b93889c3a05d3637195abba5447efd93c8c173f6ddfa3510, en de alinea staat in dat document op bytes 14486 tot 15501.