Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016

Onder 3.2.3 Hoge Raad 25 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507.

Uit de tegenover het onderzoeksbureau afgelegde verklaring volgt dat [eiser] de verzekering sloot terwijl hij zich bewust was van het risico dat nader schade zou worden toegebracht aan het café en van het feit dat het voor ASR van belang was om kennis te nemen van dat risico. Door desondanks een op het inschatten van dat risico gerichte, voldoende duidelijk geformuleerde, vraag onjuist te beantwoorden, kan het niet anders zijn dan dat [eiser] heeft gehandeld met het opzet ASR te misleiden. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat [eiser] destijds een startend ondernemer was met gebrek aan ervaring. [eiser] heeft enkel bewijs aangeboden van de omvang van de schade; wat betreft het opzet heeft hij geen (tegen)bewijs aangeboden. Het hof oordeelt ook ambtshalve geen grond aanwezig om hem daartoe toe te laten. Daarmee staat vast dat is voldaan aan art. 7:930 lid 5 BW, zodat ASR geen uitkering is verschuldigd. (rov. 4.8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5, en de alinea staat in dat document op bytes 12112 tot 13061.