Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507.
Indien de verzekeringnemer niet volledig aan zijn in art. 7:928 BW omschreven mededelingsplicht heeft voldaan, verbindt art. 7:930 BW hieraan, in afwijking van het tevoren geldende recht (art. 251 (oud) WvK), niet steeds het gevolg dat elke aanspraak op uitkering vervalt: “Dit gaat te ver” (Parl. Gesch. Verzekering, p. 34). De wet verbindt daarom aan schending van de mededelingsplicht als uitgangspunt de consequentie van een proportionele vermindering van het recht op, en de plicht tot uitkering (art. 7:930 leden 2 en 3 BW), met dien verstande dat in de in art. 7:930 leden 4 en 5 BW omschreven gevallen, in afwijking van voormeld uitgangspunt, wél elk recht op uitkering vervalt. In art. 7:930 lid 5 BW wordt als een zodanig bijzonder geval aangemerkt dat de verzekeringnemer of de derde heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. In de MvT op deze bepaling wordt dit begrip opzet tot misleiding aldus omschreven, dat de verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde “tegen beter weten in hebben gehandeld” (Parl. Gesch. Verzekering, p. 35). In de MvT op art. 7:928 BW wordt daarvan de volgende omschrijving gegeven (Parl. Gesch. Verzekering, p. 15):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5, en de alinea staat in dat document op bytes 13428 tot 14639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5 | shasum -a 256