Citaat | Hoge Raad 25 maart 2016
Onder 3.5.1 Hoge Raad 25 maart 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507.
De onderdelen 2, 2.1 en 2.2 klagen in de kern dat het hof heeft miskend dat zijn oordeel dat [eiser] heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar ASR te misleiden, op vermoedens is gebaseerd, waartegen de mogelijkheid van tegenbewijs openstaat. In dit verband had het hof het algemeen bewijsaanbod van § 75 van de memorie van grieven niet mogen passeren, aldus nog steeds de onderdelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5, en de alinea staat in dat document op bytes 16704 tot 17104.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06edada15f2ec44c20d4c2f80dea5790df7a495ed6d1086af38dd88d48e4e5e5 | shasum -a 256