Citaat | Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 4.3. Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:513.

Hangende het hoger beroep heeft aanvrager van juni tot september 2008 in voorlopige hechtenis verbleven in de penitentiaire inrichting Ter Apel. Daar is hij in contact gekomen met een medegedetineerde [betrokkene 1], die hij - in de lezing van [betrokkene 1] - heeft gevraagd of [betrokkene 1] niet iemand weet, die inmiddels overleden is en die hij de schuld in de schoenen zou kunnen schuiven. [betrokkene 1] heeft daarop een zekere [betrokkene 2] genoemd. Vervolgens heeft aanvrager - nog steeds volgens [betrokkene 1] - [betrokkene 1] overgehaald tegen betaling bij de politie te verklaren dat hij samen met [betrokkene 2] zijn vrouw [slachtoffer] zou hebben beroofd, waarbij [betrokkene 2] haar om het leven zou hebben gebracht en ze het huis in brand zouden hebben gestoken. Wat aanvrager dan nog niet weet is dat [betrokkene 1] 'dubbelspel' speelt en de politie op de hoogte houdt van hetgeen hij samen met de aanvrager in scene zet. [betrokkene 1] verklaart daarbij tegenover de politie dat aanvrager jegens hem heeft bekend 'dat hij het gedaan heeft'. Later blijkt uit onderzoek van de politie dat [betrokkene 2] ruim voor de datum waarop zich de gebeurtenissen hebben afgespeeld waarbij [slachtoffer] werd omgebracht, is overleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95018c8f0d4faeeb8751ba56a08377a268bf77e73f69c41e20f067be1bed30b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95018c8f0d4faeeb8751ba56a08377a268bf77e73f69c41e20f067be1bed30b2, en de alinea staat in dat document op bytes 10072 tot 11327.