Citaat | Hoge Raad 29 maart 2016

Onder 5.4.2. Hoge Raad 29 maart 2016

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:513.

Indien ervan wordt uitgegaan dat de aanvrager op 11 december 1996 om ongeveer 22.00 uur in Niezijl was en dat hij op enig tijdstip daarna terug naar Hoogezand is gereden, blijkt het tijdstip waarop hij is vertrokken, welke route hij heeft genomen, of hij inderdaad tweemaal voor de kanaalbrug heeft staan wachten en of hij daadwerkelijk tweemaal is teruggereden naar Niezijl alvorens weer huiswaarts te gaan, niet uit enig objectief en verifieerbaar gegeven; de bron voor die gegevens is alleen de aanvrager zelf. Aan dat manco lijdt niet alleen de reconstructie door de politie van het alibiverweer maar ook de reconstructie daarvan door de deelnemers aan het project Gerede Twijfel. De laatstgenoemde reconstructie heeft slechts betrekking op scenario's die mogelijk kunnen zijn indien wordt uitgegaan van de waarheidsgetrouwheid van de verklaringen van de aanvrager over zijn alibi, waaromtrent evenwel door het Hof niets is vastgesteld. Al met al tast de reconstructie dan ook niet het oordeel van het Hof aan dat de aanvrager tijd en gelegenheid heeft gehad om de bewezenverklaarde misdrijven te plegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95018c8f0d4faeeb8751ba56a08377a268bf77e73f69c41e20f067be1bed30b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95018c8f0d4faeeb8751ba56a08377a268bf77e73f69c41e20f067be1bed30b2, en de alinea staat in dat document op bytes 27909 tot 29030.