Citaat | Hoge Raad 1 april 2016

Onder 5.4 Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:531.

Het middel voert aan dat de juridische en andere deskundige bijstand in een onteigeningsprocedure naar zijn aard niet rechtstreeks betrekking heeft op de (van omzetbelasting vrijgestelde) levering van het onteigende, omdat voor die levering niet meer nodig is dan inschrijving van het onteigeningsvonnis in de registers. Het middel faalt in zoverre. In dit verband heeft voor de toepassing van art. 15 Wet OB te gelden dat juridische en andere deskundige bijstand die erop is gericht de omvang van een tegenprestatie voor een levering van een goed te bepalen, geacht wordt rechtstreeks en onmiddellijk samen te hangen met die levering, een en ander in de hiervoor in 5.3 bedoelde zin. Dit is niet anders ingeval het juridische en andere deskundige bijstand betreft die erop is gericht de omvang vast te stellen van de in art. 3 lid 1, onder d, Wet OB bedoelde vergoeding die een ondernemer krijgt voor de levering van een goed dat van hem wordt gevorderd door of namens de overheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c6403e0afe4022a6a97858663b8c82e582c0ea6a1b62abd45b2cf5c9e80f1cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c6403e0afe4022a6a97858663b8c82e582c0ea6a1b62abd45b2cf5c9e80f1cc, en de alinea staat in dat document op bytes 14850 tot 15846.