Citaat | Hoge Raad 1 april 2016

Onder 3.3.2 Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:542.

Volgens vaste rechtspraak moet worden aangenomen dat de partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis voordat dit in kracht van gewijsde is gegaan, in beginsel onrechtmatig handelt en schadeplichtig is wanneer het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd (vgl. onder meer HR 19 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5863, NJ 2000/603). De betekening van het vonnis aan de wederpartij ter inleiding van de executie is in beginsel voldoende om aan te nemen dat sprake is van dreiging met executie als bedoeld in deze rechtspraak. Door die betekening geeft de executant immers te kennen nakoming van het vonnis te verlangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36043cc80bef6701d25ab9556fcbe6b06e23f9bd8d83ac60edcfe2f26c6a04da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36043cc80bef6701d25ab9556fcbe6b06e23f9bd8d83ac60edcfe2f26c6a04da, en de alinea staat in dat document op bytes 13521 tot 14258.