Citaat | Hoge Raad 1 april 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:543.

b. Voor zover de door het GEA omschreven veronderstelling inhoudt dat het faillissement van [betrokkene] nog kon worden afgewend, is niet aannemelijk dat deze veronderstelling onjuist was. Het is het Hof niet duidelijk hoe het komt dat de faillissementszaak in hoger beroep is geroyeerd (of doorgehaald). Indien Aruba Bank c.s. op 20 april 2010 niet meer wensten dat [betrokkene] failliet werd verklaard, hadden zij (eenparig met [betrokkene]) het Hof kunnen verzoeken het door het GEA uitgesproken faillissementsvonnis te vernietigen. Het had voor de hand gelegen dat het Hof dan overeenkomstig een dergelijk eenparig verzoek zou hebben beslist. Gesteld noch gebleken is dat er derden waren betrokken die het faillissement wel wilden doorzetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd894007d8c469b61933dcfe483d3b3cc0062ab662b0425da8d7ecba29ba92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd894007d8c469b61933dcfe483d3b3cc0062ab662b0425da8d7ecba29ba92, en de alinea staat in dat document op bytes 11123 tot 11882.