Citaat | Hoge Raad 1 april 2016

Onder 3.5 Hoge Raad 1 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:543.

Volgens de klacht miskent het hof dat [verzoeker] zijn beroep op dwaling (mede) gegrond heeft op een onjuiste voorstelling van zaken betreffende omstandigheden die naar de voorstelling van partijen, althans van [verzoeker] zelf, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst aanwezig waren. De stellingen van [verzoeker] komen immers erop neer dat hij vanwege de tekortschietende voorlichting omtrent de risico’s van de onderhavige borgtocht, is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken omtrent de kans dat hij als borg zou worden aangesproken, omdat hij ervan uitging dat door het aangaan van de borgtocht het faillissement van [betrokkene] zou worden beëindigd (waardoor deze in een zodanig betere financiële situatie zou komen te verkeren dat [verzoeker] niet als borg behoefde te worden aangesproken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbd894007d8c469b61933dcfe483d3b3cc0062ab662b0425da8d7ecba29ba92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbd894007d8c469b61933dcfe483d3b3cc0062ab662b0425da8d7ecba29ba92, en de alinea staat in dat document op bytes 21406 tot 22237.