Citaat | Hoge Raad 5 april 2016
Onder 2.4.4. Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554.
Gelet op het vorenoverwogene heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat voor bewezenverklaring van een op art. 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr toegesneden tenlastelegging is vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval uitbuiting komt vast te staan. Daarbij komt, gelet op hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen en beslist in zijn arrest van 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099, NJ 2010/598, onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald terwijl bij de weging van deze en andere relevante factoren de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader dienen te worden gehanteerd. Hierbij geldt in geval van minderjarige slachtoffers dat de beoordeling van dergelijke factoren tot een andere uitkomst kan leiden dan in het geval het slachtoffer meerderjarig is (vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e08ace1bde0c813f55038b55e97f75e5cefbd48cf20fa86d6239a847bc961. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f9e08ace1bde0c813f55038b55e97f75e5cefbd48cf20fa86d6239a847bc961, en de alinea staat in dat document op bytes 35441 tot 36455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e08ace1bde0c813f55038b55e97f75e5cefbd48cf20fa86d6239a847bc961 | shasum -a 256