Citaat | Hoge Raad 5 april 2016

Onder 3.2.2. Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:555.

"27. Het derde en laatste feit dat aan cliënt ten laste is gelegd betreft kort gezegd het voorhanden hebben gehad/verworven hebben/overgedragen en/of omzetten van een geldbedrag terwijl cliënt wist dat dit geldbedrag onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0, en de alinea staat in dat document op bytes 8528 tot 8819.