Citaat | Hoge Raad 5 april 2016

Onder 3.3.1. Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:555.

"1. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet, niet binnen de daarvoor gestelde termijn doet, dan wel een der feiten begaat, omschreven in artikel 68, tweede lid, onderdeel a, b, d, e, f of g, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0, en de alinea staat in dat document op bytes 13543 tot 14049.