Citaat | Hoge Raad 5 april 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:555.

Art. 69, derde lid, AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de 'schuldige' ter zake van de in de eerste twee leden genoemde delicten uit. Dat heeft tot gevolg dat in beginsel slechts de schuldige aan die gedraging - in de regel de belastingplichtige - van de inkeerregeling kan profiteren en niet degene die kennelijk op enigerlei wijze heeft bijgedragen aan de aan de schuldige verweten gedraging. Bijzondere omstandigheden, waarbij te denken is aan een inkeer die is bevorderd door degene die op enigerlei wijze heeft bijgedragen aan de aan de schuldige verweten gedraging, kunnen evenwel tot een ander oordeel leiden (vgl. HR 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1761, NJ 2001/698).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92f90851ae5ce28c6c2fa7c083a4b6805a26aa3d9464630d99bc2e4ad13f40d0, en de alinea staat in dat document op bytes 15371 tot 16092.