Citaat | Hoge Raad 8 april 2016

Onder 3.2.1 Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:606.

Het middel klaagt dat het hof heeft miskend dat in een geval als het onderhavige – waarin ingevolge het pilotreglement van het gerechtshof Amsterdam sprake is van één termijn voor het indienen van memories, die niet wordt verlengd, terwijl bij overschrijding van die termijn, zonder peremptoirstelling of voorafgaande waarschuwing, ambtshalve akte niet-dienen wordt verleend – de goede procesorde de appelrechter noopt tot een afweging van het belang van het voorkomen van een onredelijke vertraging van het geding tegen de ernst van het verzuim en de gevolgen van de strikte naleving van het reglement voor de partij die erdoor wordt getroffen. Volgens het middel dient die afweging zonder meer te leiden tot het verlenen van een (korte) termijn van veertien dagen om het verzuim te herstellen en heeft het hof dan ook ten onrechte nagelaten op 3 februari 2015 aan [eiser] c.s. een zodanige termijn te verlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a74772a89a635bcc036711ecde562128e533c95bec32a783c2b5ea596909747. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a74772a89a635bcc036711ecde562128e533c95bec32a783c2b5ea596909747, en de alinea staat in dat document op bytes 8709 tot 9641.