Citaat | Hoge Raad 8 april 2016

Onder 2.3 Hoge Raad 8 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:607.

De wetgever heeft het griffierecht voor onvermogenden voor 2015 vastgesteld op € 78,-- voor de eerste aanleg, op € 311,-- voor het hoger beroep en op € 322,-- voor het cassatieberoep (bijlage behorend bij de Wgbz). De heffing van griffierecht berust onder meer op de grond dat die heffing, kort gezegd, de eiser of verzoeker aanzet tot het maken van een afweging van de hoogte van dit griffierecht tegen zijn belang bij de zaak (vgl. onder meer Kamerstukken II 1984-1985, 18 835, nr. 3, p. 6, en Kamerstukken II, 1991-1992, 22 495, nr. 3, p. 125). Dat is, ook in het kader van art. 6 EVRM, een legitieme grond voor de heffing van griffierecht, ook bij de allerlaagste inkomens (vgl. de rechtspraak van het EHRM genoemd in noot 27 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad260c3dbac534b1161f0dc0badc0fb6217ca11bfbc9faa7e393002161b60292. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad260c3dbac534b1161f0dc0badc0fb6217ca11bfbc9faa7e393002161b60292, en de alinea staat in dat document op bytes 6946 tot 7739.