Citaat | Hoge Raad 8 april 2016
Onder 2.4 Hoge Raad 8 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:607.
Voor beantwoording van de vraag of, niettegenstaande het vorenstaande, een verzet op de voet van art. 29 Wgbz in een bepaald geval gegrond is in verband met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, dient een afweging plaats te vinden waarin worden betrokken de hoogte van het griffierecht en de draagkracht van de rechtzoekende. Gelet op hetgeen hiervoor in 2.2 is overwogen met betrekking tot het geheel ontbreken van financiële middelen bij [betrokkene] c.s., komt de heffing van griffierecht in dit geval neer op een ontoelaatbare belemmering van het recht op toegang tot de rechter. De Hoge Raad zal dan ook beslissen als hierna vermeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad260c3dbac534b1161f0dc0badc0fb6217ca11bfbc9faa7e393002161b60292. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad260c3dbac534b1161f0dc0badc0fb6217ca11bfbc9faa7e393002161b60292, en de alinea staat in dat document op bytes 7818 tot 8512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad260c3dbac534b1161f0dc0badc0fb6217ca11bfbc9faa7e393002161b60292 | shasum -a 256