Citaat | Hoge Raad 12 april 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 12 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:616.

In de eerste plaats toetst de rechtbank het inreisverbod (tav artikel 11 lid 2 TRI) ten onrechte slechts marginaal. Ik heb verwezen naar de vaste rechtspraak van het HvJ EU, onder meer de arresten Ekro en Brouwer, waarin het Hof bepaalde dat het begrip 'bedreiging voor de openbare orde' autonoom en eenvormig moet worden uitgelegd in overeenstemming met de in de omgangstaal gebruikelijke betekenis ervan en met inachtneming van de context waarin het wordt gebruikt en de doeleinden die worden beoogd door de regeling waarvan het deel uitmaakt. De rechtbank had dus vol moeten toetsen of cliënt, met inachtneming van alle omstandigheden, daadwerkelijk een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde op de dag waarop het inreisverbod is opgelegd. En dus niet of de minister in redelijkheid tot de conclusie dat cliënt een ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt had kunnen komen. Er is nog geen enkele Nederlandse rechter geweest die dit vol en indringend heeft getoetst, terwijl dit wel had gemoeten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f24dd5ec6ca555066d031c71143fc95460f06b52accbb401b47151e9126f8791. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f24dd5ec6ca555066d031c71143fc95460f06b52accbb401b47151e9126f8791, en de alinea staat in dat document op bytes 10330 tot 11360.