Citaat | Hoge Raad 12 april 2016

Onder 3.3. Hoge Raad 12 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:616.

Het Hof heeft het onder 2.2 weergegeven verweer verworpen op de grond dat "een redelijke taakverdeling tussen de bestuursrechter en strafrechter met zich brengt dat de strafrechter dient uit te gaan van de juistheid van het inreisverbod" en dat "in hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd geen grond [kan] worden gevonden om hierover anders te denken." Het Hof heeft daarmee tot uitdrukking gebracht dat de aan het verweer ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden niet toereikend zijn voor de gevolgtrekking dat het tegen de verdachte uitgevaardigde inreisverbod evident in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f24dd5ec6ca555066d031c71143fc95460f06b52accbb401b47151e9126f8791. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f24dd5ec6ca555066d031c71143fc95460f06b52accbb401b47151e9126f8791, en de alinea staat in dat document op bytes 18934 tot 19677.