Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016
Onder 3.2.2 Hoge Raad 15 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:65.
Grief IV betreft het oordeel van de rechtbank over het door [eisers] geleverde bewijs (rov. 7.11). De verklaringen die door [eisers] zijn afgelegd in een tussen hen en [betrokkene 2] gehouden voorlopig getuigenverhoor, houden in dat de auto door oplichting afhandig is gemaakt en dat [verweerster] daarin in zoverre een rol heeft gespeeld dat zij de valse cheque heeft overhandigd en de auto heeft opgehaald, maar zij houden niet in dat [verweerster] daarin een meer dan instrumentele rol heeft vervuld. Noch uit die verklaringen, noch uit enige andere productie, voor zover bruikbaar (rov. 4.3 van het tussenarrest), is af te leiden dat [verweerster] actief heeft meegewerkt aan de oplichting zelf door samenwerking met degenen die het contact met [eisers] hebben gelegd, de “cheque” hebben gefabriceerd en/of de auto hebben doorverkocht. Grief IV wordt verworpen. (rov. 7.12)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe, en de alinea staat in dat document op bytes 12052 tot 12948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe | shasum -a 256