Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 3.4.2 Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:65.

Geen wettelijke regeling schrijft voor dat producties die worden overgelegd in een geding bij de civiele rechter, dienen te zijn gesteld in de Nederlandse taal. Voor producties die zijn gesteld in de Friese taal bevat art. 15 van de Wet gebruik Friese taal (Stb. 2013/382) een voorziening. Voor producties die zijn gesteld in een vreemde taal ontbreekt een wettelijke voorziening. Sommige procesreglementen van de gerechten in feitelijke instanties bevatten voorschriften omtrent het in het geding brengen van producties in een vreemde taal (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe, en de alinea staat in dat document op bytes 14338 tot 14946.