Citaat | Hoge Raad 15 januari 2016
Onder 3.6.3 Hoge Raad 15 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:65.
In het licht van het voorgaande is de klacht gegrond. Door te oordelen dat [eisers] onvoldoende concreet hebben vermeld wat [betrokkene 3] en [verweerster] als getuigen zouden kunnen verklaren met betrekking tot de stelling van [eisers] dat [verweerster] de auto door oplichting van [eisers] afhandig heeft gemaakt (rov. 7.13), heeft het hof miskend dat aan het bewijsaanbod niet de eis kan worden gesteld dat wordt vermeld wat door de getuigen zal kunnen worden verklaard over de stellingen waarop het bewijsaanbod betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe, en de alinea staat in dat document op bytes 19025 tot 19571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5932fa6ef089cca41d334e76fbc695fe1ce01d0f12f5809fa46f2c4b26e8a3fe | shasum -a 256