Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.3 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:661.
Alleen [verweerder] is in verzet gekomen tegen het verstekvonnis. Hij heeft zich daarbij onder meer op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en hem, noch tussen [eiser] en [B] , maar slechts van een uitzendovereenkomst waarbij [eiser] ter beschikking gesteld zou worden aan [verweerder] . [B] is niet in verzet gekomen. Bij een in de verzetprocedure gehouden comparitie van partijen is namens [eiser] verklaard dat [B] kort na de betekening van het verstekvonnis het achterstallige loon aan [eiser] heeft betaald, dat [B] nagenoeg de gehele vordering van [eiser] heeft voldaan, en dat van de vordering geen substantieel bedrag resteert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803, en de alinea staat in dat document op bytes 8738 tot 9436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803 | shasum -a 256