Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.5 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:661.
“5.4 Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of een in kort geding gevorderde voorziening, hetzij na toewijzing, hetzij na weigering daarvan, in hoger beroep voor toewijzing in aanmerking komt, zo nodig ambtshalve, mede dient te worden beoordeeld of de eisende partij - in dit geval [eiser] - ten tijde van het arrest van het hof bij die voorziening een spoedeisend belang heeft (Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3437).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803, en de alinea staat in dat document op bytes 10231 tot 10693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803 | shasum -a 256