Citaat | Hoge Raad 15 april 2016

Onder 5.5 Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:661.

Zoals in rechtsoverweging 4.11 is overwogen - en de advocaat op [eiser] ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg op 16 december 2013 heeft verklaard - heeft [B] na het verstekvonnis van 13 mei 2013 het achterstallig salaris van [eiser] op 29 mei 2013 aan hem betaald. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft de advocaat van [eiser] verder verklaard dat [B] nagenoeg alles aan [eiser] heeft betaald en dat wat er over is geen substantieel bedrag meer betreft. Ter gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep heeft de advocaat van [eiser] een en ander aldus nader toegelicht, dat [B] na de betaling van 29 mei 2013 het salaris van [eiser] over de periode juni tot en met september 2013 maandelijks aan [eiser] heeft betaald. Dit alles leidt tot de conclusie dat [eiser] niet alleen ten tijde van het arrest van het hof, maar ook reeds ten tijde van het bestreden vonnis van de kantonrechter van 11 maart 2014 geen spoedeisend belang meer had bij de door hem gevorderde voorziening tegen [verweerder] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e158091d029a2722897c5ac4de7392f272bc86e3b80ee63ee5555d46fd88803, en de alinea staat in dat document op bytes 10776 tot 11843.