Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.6 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:663.
Het hof heeft de in rov. 4.16 weergegeven stelling van [eiser] dat de verjaringstermijn van de tegen hem gerichte vordering in 2002 is gaan lopen, in rov. 4.17 kennelijk slechts veronderstellenderwijs voor juist gehouden, en heeft de betwisting van die stelling door [verweerster] dan ook onbesproken gelaten. Dat betekent dat na verwijzing zo nodig alsnog onderzocht moet worden op welk moment de verjaringstermijn van de vordering van [verweerster] tegen [eiser], die berust op onrechtmatige daad en waarvan de verjaring dus wordt beheerst door art. 3:310 BW, is gaan lopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9003ec18853e843fda38ee73bafac72a3f1d97a1d4ecf9caa15aae51ca9aab4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9003ec18853e843fda38ee73bafac72a3f1d97a1d4ecf9caa15aae51ca9aab4f, en de alinea staat in dat document op bytes 14360 tot 14950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9003ec18853e843fda38ee73bafac72a3f1d97a1d4ecf9caa15aae51ca9aab4f | shasum -a 256