Citaat | Hoge Raad 15 april 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 15 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:665.

De regeling van art. 57 lid 3 Fw heeft tot doel te voorkomen dat faillissementscrediteuren wier vordering is bevoorrecht boven (in dit geval) pandrecht, deze voorrang als gevolg van het faillissement niet geldend kunnen maken tegen de pandhouder die zijn recht uitoefent overeenkomstig art. 57 lid 1 Fw. De curator maakt de rechten van deze faillissementscrediteuren geldend ten behoeve van de boedel. Deze regeling betreft aldus verhaal door en voor faillissementscrediteuren. Naar het oordeel van het hof dient deze regeling buiten toepassing te blijven in het hier aan de orde zijnde geval waarin Heineken zich op de executieopbrengst verhaalt voor haar boedelvordering op grond van art. 39 Fw. Een boedelcrediteur kan zich op de goederen van de failliet verhalen zonder rekening te houden met het faillissement. De curator kan niet met een beroep op regels van het faillissementsrecht verhinderen dat Heineken de boedelvordering op de voet van art. 39 Fw uitwint en kan daartoe ook niet een voorrecht van een faillissementscrediteur geldend maken. Het bodemvoorrecht van de fiscus betreft in dit geval immers uitsluitend faillissementsvorderingen en deze vorderingen concurreren niet met de boedelvordering van Heineken. (rov. 3.9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/048cedd88ec5e7daa4ff39ee82e5d4f2622b7fe6476ddf4a0a345e09abc2a585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 048cedd88ec5e7daa4ff39ee82e5d4f2622b7fe6476ddf4a0a345e09abc2a585, en de alinea staat in dat document op bytes 14012 tot 15261.