Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.4.3 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:665.
Het onderdeel stelt de rechtsvraag aan de orde of dit laatste anders wordt doordat art. 39 lid 1, slotzin, Fw de huurprijs vanaf de dag der faillietverklaring tot een boedelschuld maakt. Het antwoord daarop luidt ontkennend. Nu de huurovereenkomst wordt voortgezet, dient deze vordering nog steeds te worden aangemerkt als een vordering van de verhuurder/pandhouder op de huurder/pandgever uit hoofde van de tussen hen gesloten huurovereenkomst. De in algemene bewoordingen gestelde pandakte ziet, naar de vaststelling van het hof, mede op vorderingen die ontstaan na het faillissement. Dat de huurvordering na het faillissement een boedelvordering is, maakt het vorenstaande niet anders. Art. 39 lid 1, slotzin, Fw heeft immers uitsluitend tot doel om de positie van de verhuurder in een faillissement van zijn huurder te versterken (vgl. het hiervoor aangehaalde arrest [A] /Tideman q.q., rov. 3.6.2, met verwijzing naar de relevante passages uit de parlementaire geschiedenis). Daarbij past niet dat de zekerheid die de verhuurder ter zake van de huurvordering heeft bedongen, zou vervallen. Een uitleg van art. 39 Fw als door de curator bepleit zou, bij een negatieve boedel als in deze zaak aan de orde, juist ertoe kunnen leiden dat de positie van de verhuurder door de omzetting tot boedelschuld – in weerwil van de bedoeling van die omzetting – verslechtert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/048cedd88ec5e7daa4ff39ee82e5d4f2622b7fe6476ddf4a0a345e09abc2a585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 048cedd88ec5e7daa4ff39ee82e5d4f2622b7fe6476ddf4a0a345e09abc2a585, en de alinea staat in dat document op bytes 19320 tot 20703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/048cedd88ec5e7daa4ff39ee82e5d4f2622b7fe6476ddf4a0a345e09abc2a585 | shasum -a 256