Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.3.1 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:667.
Onderdeel A betoogt, onder verwijzing naar HR 23 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:113, dat het hof heeft miskend dat er aan een veroordeling als de onderhavige wel degelijk een dwangsom kan worden verbonden, althans dat zijn andersluidende oordeel onbegrijpelijk is. Volgens het onderdeel is geen sprake van een geval als bedoeld in art. 611a Rv, nu er bij een vordering tot medewerking aan het verlijden van een notariële akte geen directe executiemiddelen voorhanden zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d45aae81764abf18cb2c4bf384c3ebf8d86ec8ac15e92b77dd5a22f28ff5183f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d45aae81764abf18cb2c4bf384c3ebf8d86ec8ac15e92b77dd5a22f28ff5183f, en de alinea staat in dat document op bytes 14983 tot 15468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d45aae81764abf18cb2c4bf384c3ebf8d86ec8ac15e92b77dd5a22f28ff5183f | shasum -a 256