Citaat | Hoge Raad 15 april 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 15 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:668.
Uit de artikelen 120 lid 1, 111 lid 2 en 45 lid 3, aanhef en onder b, Rv volgt dat in een dagvaardingsexploot op straffe van nietigheid de naam behoort te zijn vermeld van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt (hierna: de requirant). Een gebrek in een exploot van dagvaarding dat nietigheid meebrengt, kan volgens art. 120 lid 2 Rv worden hersteld bij exploot, uitgebracht voor de roldatum. Bij het uitbrengen van dat exploot dient volgens art. 120 lid 3 Rv de voor dagvaarding voorgeschreven termijn in acht te worden genomen; indien daardoor de roldatum niet kan worden gehandhaafd, dient een andere roldatum te worden aangezegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba9000c81daa10f8883d63acde9aff6a8e81266fc17f7ba0ec43b7d4ed88dc4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba9000c81daa10f8883d63acde9aff6a8e81266fc17f7ba0ec43b7d4ed88dc4a, en de alinea staat in dat document op bytes 13176 tot 13831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba9000c81daa10f8883d63acde9aff6a8e81266fc17f7ba0ec43b7d4ed88dc4a | shasum -a 256