Citaat | Hoge Raad 19 april 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 19 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:679.

Medeverdachte [betrokkene 4] legt een bekennende verklaring af en noemt in die verklaring tevens de naam van verdachte. [betrokkene 4] zou zijn benaderd om op de uitkijk te staan. Voorafgaande aan de inbraak werd ook een voorgestelde verdeling van de buit gemaakt. Vervolgens ging verdachte met twee anderen de Music Store binnen. Toen zij terugkwamen, hadden zij een envelop met geld bij zich en hebben zij [betrokkene 4] en een andere medeverdachte geld uit die envelop overhandigd. Daarbij hebben zij [betrokkene 4] daderspecifieke informatie over de inbraak gegeven. [betrokkene 4] zou van [betrokkene 5] hebben gehoord dat getracht was om de kluis met stenen open te krijgen, maar dat dit niet goed lukte. Naderhand zou de kluis in de Waal zijn gegooid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c3b1a299e4d5e1860b8947364494a83053ba0778445e6c0dfbff4fedf828248. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c3b1a299e4d5e1860b8947364494a83053ba0778445e6c0dfbff4fedf828248, en de alinea staat in dat document op bytes 11539 tot 12310.