Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016

Onder 3.4. Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:7.

De wetgever heeft door middel van verschillende strafbepalingen beoogd de beschikkingsmacht van de rechthebbende op enig goed te beschermen. Zo is in art. 326 Sr onder meer strafbaar gesteld het met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen iemand door listige kunstgrepen bewegen tot de afgifte van enig goed. Het begrip "goed" komt daarbij een autonome strafrechtelijke betekenis toe. Ook een niet-stoffelijk object kan daaronder worden begrepen, mits het gaat om een object dat voor menselijke beheersing vatbaar is en als zodanig vatbaar is voor afgifte of overdracht(vgl. ten aanzien van art. 310 Sr bijvoorbeeld HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ6575, NJ 2012/535).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b700006100e4d84cf39eb4b4e9f27b87fdfd7f85f0bd3ece48581d2ad360bec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b700006100e4d84cf39eb4b4e9f27b87fdfd7f85f0bd3ece48581d2ad360bec, en de alinea staat in dat document op bytes 22900 tot 23611.