Citaat | Hoge Raad 22 april 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:703.

Bij de beoordeling van dit geschilpunt heeft het Hof aannemelijk geacht dat geen niet‑winstdelende rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest om onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden dezelfde leningen te verstrekken aan de onderneming van de zoon. In dat geval moet worden verondersteld dat bij die geldverstrekkingen door belanghebbende een debiteurenrisico werd gelopen dat deze derde niet zou hebben aanvaard en dat voorts - behoudens bijzondere omstandigheden - ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende het onzakelijke debiteurenrisico heeft aanvaard vanwege de familierelatie met de zoon met de bedoeling het belang van de onderneming van de zoon te dienen, aldus het Hof. Dit brengt volgens het Hof mee dat het verlies op de geldlening niet op het resultaat uit overige werkzaamheden in mindering kan worden gebracht. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan afwaardering van de vordering toch zou kunnen plaatsvinden, zijn naar ’s Hofs oordeel niet aannemelijk geworden. Tegen de hiervoor omschreven oordelen van het Hof zijn de klachten gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68536df1a40ccafc65d5fd5f8c01f5f45babab96af1304af94153ad04530cfff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68536df1a40ccafc65d5fd5f8c01f5f45babab96af1304af94153ad04530cfff, en de alinea staat in dat document op bytes 8378 tot 9514.