Citaat | Hoge Raad 22 april 2016
Onder 2.4.2. Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:703.
Hetzelfde heeft te gelden voor onder artikel 3.91, lid 1, letters a en b, Wet IB 2001 vallende geldleningen (vgl. HR 26 september 2014, nr. 13/02261, ECLI:NL:HR:2014:2781, BNB 2015/12, en HR 18 december 2015, nr. 15/00942, ECLI:NL:HR:2015:3599, BNB 2016/38). Ook al wordt bij laatstbedoelde geldleningen, anders dan in het in het arrest BNB 2012/78 behandelde geval, niet aan een vennootschap geleend, ook dan heeft te gelden dat het aanvaarden van een onzakelijk debiteurenrisico niet het resultaat uit overige werkzaamheden beïnvloedt. Het onzakelijk genomen debiteurenrisico bevindt zich dan – zowel bij de crediteur als bij de debiteur – in de privésfeer, dus bij de crediteur buiten de terbeschikkingstellingssfeer en bij de debiteur buiten de ondernemingssfeer. Dat laatste heeft tot gevolg dat als definitief vaststaat dat de debiteur niet meer aan zijn aflossingsverplichting zal voldoen, zoals bij kwijtschelding van de lening, de daardoor optredende vermogensvermeerdering bij de debiteur opkomt in de privésfeer en niet is aan te merken als een voordeel uit de onderneming. Er is geen reden anders te oordelen voor een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 3.91, lid 3, Wet IB 2001.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68536df1a40ccafc65d5fd5f8c01f5f45babab96af1304af94153ad04530cfff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68536df1a40ccafc65d5fd5f8c01f5f45babab96af1304af94153ad04530cfff, en de alinea staat in dat document op bytes 10408 tot 11677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68536df1a40ccafc65d5fd5f8c01f5f45babab96af1304af94153ad04530cfff | shasum -a 256