Citaat | Hoge Raad 22 april 2016

Onder 3.2.1 Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:721.

[betrokkene 1] heeft op 2 maart 2011 een vordering ingesteld tegen [eiseres] tot betaling van € 12.466,36 met wettelijke rente als vergoeding van de schade die hij stelde te hebben geleden doordat [eiseres] zich voor hem bestemde geldbedragen heeft toegeëigend. [eiseres] heeft een (voorwaardelijke) reconventionele vordering ingesteld, die in cassatie geen rol speelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699, en de alinea staat in dat document op bytes 7882 tot 8281.