Citaat | Hoge Raad 22 april 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:721.

Partijen hebben de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard en zijn ingevolge artikel 4:195 lid 1 BW gezamenlijk vereffenaar van de nalatenschap. Op een enkele zich in deze zaak niet voordoende uitzondering na, oefenen de erfgenamen op grond van artikel 4:198 BW hun bevoegdheden als vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap tezamen uit. Dit brengt met zich dat na het overlijden van erflater als eiser in eerste aanleg het hoger beroep dient te worden ingesteld tegen en door de gezamenlijke vereffenaars. Nu [eiseres] haar hoger beroep uitsluitend tegen [verweersters] heeft ingesteld, dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het principaal appel. [verweersters], die hun hoger beroep uitsluitend samen met [eiseres] hadden kunnen instellen, dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun incidenteel appel.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699, en de alinea staat in dat document op bytes 10047 tot 10921.