Citaat | Hoge Raad 22 april 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:721.
Vooropgesteld wordt dat [eiseres] het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in deze procedure, die was aangespannen door de in de loop van het geding in eerste aanleg overleden [betrokkene 1], had dienen in te stellen tegen diens gezamenlijke erfgenamen (vgl. HR 13 november 1987, ECLI NL:HR:1987:AC3826, NJ 1988/941). Nu in het onderhavige geval de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, moest ingevolge art. 4:198 BW het hoger beroep van [eiseres] worden ingesteld tegen de gezamenlijke vereffenaars, aangezien niet is aangevoerd dat de kantonrechter op de voet van die bepaling anders heeft bepaald, noch dat met toepassing van art. 4:203 BW een vereffenaar is benoemd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699, en de alinea staat in dat document op bytes 11462 tot 12175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44d22aa41931b48612c690b451d10c9e49bb2dd8dbbdebd0b9ad5b5cde895699 | shasum -a 256