Citaat | Hoge Raad 22 april 2016
Onder 3.6.2 Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726.
Ten slotte is van belang dat bij de totstandkoming van de Wet van 4 februari 2010 uitdrukkelijk ervan is uitgegaan dat art. 11g Bbsh (oud) van dwingend recht is (vgl. Kamerstukken II 2008-2009, 31 528, nr. 7, p. 6), en dat in de parlementaire geschiedenis van die wet niet tot uitdrukking is gebracht dat voor de regeling van art. 7:220 leden 5-7 BW iets anders geldt, hetgeen voor de hand had gelegen indien dit was beoogd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56, en de alinea staat in dat document op bytes 27443 tot 27880.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56 | shasum -a 256