Citaat | Hoge Raad 22 april 2016
Onder 3.6.4 Hoge Raad 22 april 2016
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726.
Bij afweging van een en ander komt doorslaggevend gewicht toe aan het hiervoor in 3.6.2 vermelde oogmerk van de wetgever om de regeling van de verhuiskostenvergoeding van art. 7:220 leden 5-7 BW op alle verhuurders van toepassing te doen zijn en de huurder altijd aanspraak te geven op de minimumbijdrage als bedoeld in art. 7:220 lid 6 BW. Deze uitleg van art. 7:220 leden 5-7 BW strookt bovendien met de dwingendrechtelijke aard van de regeling inzake de verhuiskostenvergoeding bij beëindiging van de huurovereenkomst (art. 7:275 lid 3 in verbinding met art. 7:282 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56, en de alinea staat in dat document op bytes 29316 tot 29902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5d52bdfb44250c14dc384168a2dc039ce6cf9467832aae3a1bae38dfca8f56 | shasum -a 256