Citaat | Hoge Raad 22 april 2016

Onder 3.3.1 Hoge Raad 22 april 2016

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:727.

Onderdeel 1 klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding van de beroepstermijn in dit geval niet verschoonbaar is omdat het op de weg van [verzoekster] dan wel haar beschermingsbewindvoerder had gelegen om bij de rechtbank navraag te doen naar het vonnis. Het voert daartoe aan dat (i) [verzoekster] en de beschermingsbewindvoerder eerst op 30 juli 2015 buiten hun toedoen vernamen dat het vonnis was gewezen en eveneens buiten hun toedoen eerst op 3 augustus 2015 daarvan een afschrift ontvingen, (ii) niet is gebleken dat aan hen conform het toepasselijke procesreglement de mededeling is gedaan dat zij telefonisch konden informeren naar het vonnis, (iii) zij in eerste aanleg niet beschikten over rechtsbijstand c.q. niet werden bijgestaan door een advocaat, (iv) de appeltermijn van acht dagen bijzonder kort is en (v) een oordeel waarvan de strekking is dat aan een saniet als [verzoekster] geen schone lei wordt toegekend ingrijpend is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df6f7892c4f456a4687af1f63c068ab8831b1e5a7830b0c69b179b3f31ee65c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df6f7892c4f456a4687af1f63c068ab8831b1e5a7830b0c69b179b3f31ee65c7, en de alinea staat in dat document op bytes 10371 tot 11353.